

De beveiliging van de familie van kroongetuige Nabil B. heeft ernstig tekortgeschoten. Dat oordeelt de rechtbank Den Haag in een civiele rechtszaak die door familieleden van de kroongetuige tegen de Nederlandse Staat was aangespannen. Volgens de rechtbank heeft de overheid voorafgaand aan de bekendmaking van de kroongetuigedeal onvoldoende maatregelen genomen om de naasten van B. te beschermen.
De rechtbank concludeert bovendien dat de moord op de broer van de kroongetuige mogelijk voorkomen had kunnen worden als de beveiliging van de familie op dat moment beter was geregeld. Daarmee heeft de Staat volgens de rechtbank zijn zorgplicht geschonden en onvoldoende invulling gegeven aan het fundamentele recht op leven.
De rechtszaak werd achter gesloten deuren behandeld. De uitspraak werd al op 14 januari gedaan, maar is vanwege veiligheidsredenen pas later openbaar gemaakt.
Nabil B. sloot in 2017 een overeenkomst met het Openbaar Ministerie. In ruil voor verklaringen over een criminele organisatie kreeg hij de status van kroongetuige en kwam hij in aanmerking voor strafvermindering. Zijn verklaringen werden gebruikt in het omvangrijke strafproces dat bekend werd als het Marengo-proces.
De overeenkomst tussen B. en justitie werd begin 2018 openbaar gemaakt. Volgens de rechtbank was op dat moment de beveiliging van de familieleden van de kroongetuige echter nog niet voldoende geregeld. Daarmee ontstond volgens het oordeel een situatie waarin de familie aan een groot risico werd blootgesteld.
Enkele dagen nadat bekend was geworden dat B. als kroongetuige verklaringen zou afleggen, werd zijn broer Reduan doodgeschoten. Hij werd in februari 2018 om het leven gebracht in zijn eigen bedrijfspand in Amsterdam-Noord.
De broer had zelf geen rol in de strafzaak en was niet betrokken bij de criminele activiteiten waarover Nabil B. verklaarde. Toch werd hij het slachtoffer van een liquidatie die volgens de rechtbank mogelijk voorkomen had kunnen worden als de Staat eerder passende beveiligingsmaatregelen had getroffen.
De moord heeft grote gevolgen gehad voor de familie van de kroongetuige. Sinds de aanslag leven verschillende familieleden noodgedwongen grotendeels buiten de openbaarheid. Hun persoonlijke vrijheid is sterk beperkt en zij moeten rekening houden met voortdurende veiligheidsrisico's.
De familie stapte naar de rechter omdat zij erkenning wilde voor de fouten die volgens hen door de overheid zijn gemaakt. Daarnaast werd een aanvullende schadevergoeding geëist. Een deel van de familieleden had eerder al een vergoeding ontvangen, maar volgens hen was die compensatie onvoldoende gezien de ernst van de gebeurtenissen en de gevolgen die zij sindsdien ondervinden.
De rechtbank heeft de familie op een belangrijk punt gelijk gegeven en geoordeeld dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld. Toch leidt dat niet automatisch tot een aanvullende schadevergoeding. Volgens de rechtbank is onvoldoende aangetoond dat er nog schade is die niet al op een andere manier is vergoed.
De familie is het niet eens met dat oordeel en wil de beslissing over de schadevergoeding in hoger beroep aanvechten.
De uitspraak van de rechtbank staat niet op zichzelf. Ook eerder is er stevige kritiek geuit op de manier waarop de overheid is omgegaan met de beveiliging rond de kroongetuige en zijn omgeving.
In 2023 publiceerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) een kritisch rapport over de beveiliging van personen die betrokken waren bij de strafzaak. Daarin werd geconcludeerd dat de overheid ernstig was tekortgeschoten bij het beschermen van verschillende personen rondom Nabil B.
Naast zijn broer Reduan kwamen ook andere personen uit de omgeving van de kroongetuige om het leven of werden zij slachtoffer van ernstig geweld. Zo werd advocaat Derk Wiersum in 2019 op straat geliquideerd. Wiersum was de advocaat van Nabil B. Twee jaar later werd vertrouwenspersoon en misdaadverslaggever Peter R. de Vries neergeschoten. Hij overleed later aan zijn verwondingen.
De gebeurtenissen maakten duidelijk hoe groot de dreiging rond het Marengo-proces was en zorgden voor grote maatschappelijke en politieke zorgen over de beveiliging van betrokkenen.
Het Openbaar Ministerie laat in een reactie weten dat het meeleeft met de familie en erkent dat er fouten zijn gemaakt.
Volgens het OM heeft de rechtbank geoordeeld dat de Staat voorafgaand aan de bekendmaking van de kroongetuigedeal onvoldoende beveiligingsmaatregelen heeft genomen. Daarmee is volgens de rechtbank onrechtmatig gehandeld tegenover de familie.
Tegelijkertijd benadrukt het OM dat de rechtbank niet heeft vastgesteld dat er na de bekendmaking van de deal onvoldoende beveiligingsmaatregelen zijn getroffen. Ook is de rechtbank volgens het OM niet meegegaan in het standpunt van de familie dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door überhaupt een kroongetuigedeal met Nabil B. te sluiten.
Het OM zegt de conclusies van het kritische OVV-rapport uit 2023 te hebben onderschreven. Sindsdien zouden verschillende verbeteringen zijn doorgevoerd binnen de organisatie.
Een van de belangrijkste veranderingen is volgens het OM dat veiligheid tegenwoordig een grotere rol speelt bij de beslissing om een kroongetuige in te zetten. Wanneer de veiligheidsrisico's voor een potentiële kroongetuige en diens omgeving te groot worden ingeschat, zou een kroongetuigetraject niet langer zonder meer worden gestart.
De overheid heeft daarnaast besloten het systeem voor de beveiliging van bedreigde personen te hervormen. In 2023 besloot de minister van Justitie en Veiligheid tot een stelselherziening. Binnen het nieuwe stelsel ligt het gezag over de beveiliging van personen tegen wie een ernstige dreiging bestaat bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).
Het OM blijft verantwoordelijk voor de veiligheid van personen die niet onder het specifieke stelsel voor het beveiligen van personen vallen.
De uitspraak kan ook gevolgen hebben voor de manier waarop toekomstige kroongetuigendeals worden voorbereid. De zaak laat volgens betrokkenen zien dat niet alleen de veiligheid van de kroongetuige zelf, maar ook die van familieleden en andere mensen uit de directe omgeving vanaf het allereerste moment moet worden meegenomen.
Een kroongetuigedeal kan voor justitie van grote waarde zijn bij het blootleggen van criminele organisaties. Tegelijkertijd brengt een dergelijke overeenkomst grote risico's met zich mee. Wanneer iemand besluit te verklaren tegen een machtige criminele organisatie, kunnen niet alleen de kroongetuige zelf, maar ook familieleden, advocaten en andere betrokkenen doelwit worden.
De rechtbank heeft met haar oordeel duidelijk gemaakt dat de overheid bij dergelijke trajecten een zware verantwoordelijkheid draagt. De moord op Reduan B. kan niet worden teruggedraaid, maar de uitspraak kan wel bijdragen aan een betere bescherming van mensen die in de toekomst bij vergelijkbare strafzaken betrokken raken.
Voor de familie van de kroongetuige is de juridische strijd daarmee nog niet volledig voorbij. Zij wil in hoger beroep alsnog een aanvullende schadevergoeding afdwingen. Tegelijkertijd blijft de uitspraak een belangrijke erkenning dat de overheid voorafgaand aan de bekendmaking van de kroongetuigedeal onvoldoende heeft gedaan om de familie tegen de ernstige dreiging te beschermen.
Halsema houdt veiligheid WorldPride Amsterdam extra in de gaten na aanslag in Berlijn. Lees hier meer!



