Wethouder Rijxman zou relatie met topambtenaar nu wel melden, maar noemt het deels ook ‘nepnieuws’

Wethouder Shula Rijxman (Zorg en Digitale Stad) heeft vrijdag op AT5 voor het eerst gereageerd op de controverse rondom haar persoon. Sinds haar installatie als wethouder ontstond er commotie over de relatie die zij onderhield als NPO-bestuurder met een topambtenaar van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en een vakantie in 2017 met staatssecretaris Sander Dekker, destijds verantwoordelijk voor de publieke omroep. Ze zei dat ze nu die relaties wel zou melden, maar is ook kritisch op de berichtgeving: “Ik blijf herhalen; het is nepnieuws als het niet klopt.”

Alle berichtgeving over haar tijd bij de NPO heeft haar geraakt, zegt Rijxman. “Je zou een onmens zijn als het je niet raakt. Ook omdat je niks terug kan zeggen omdat je je even terugtrekt. Er werd heel veel geschreven over mij wat niet waar was. Ik heb besloten die tijd stil te zijn en dan doet het pijn. We zijn een paar maanden verder, er zijn rapporten. Er komt nog iets van het Commissariaat van de Media, maar dat gaat niet over mij persoonlijk. Het is veel geweest en tegelijkertijd wil ik nu door. Ik ben wethouder met hart en ziel en daar richt ik mij nu op.”

Schijn van belangenverstrengeling 

Rijxman meldde onder andere een relatie met de hoogste ambtenaar van het ministerie van Onderwijs niet. Daarover luidde de conclusie van een onderzoek al dat de ambtenaar een onjuiste afweging heeft gemaakt en dat daardoor de schijn van belangenverstrengeling ontstond. Een klokkenluider had namelijk een melding gemaakt bij de ambtenaar, Marjan Hammersma, over misstanden bij de NPO, maar wist niets over de privérelatie tussen Hammersma en Rijxman. Dit leidde tot ‘gevoelens van onveiligheid’ bij de klokkenluider, die ook nog zei nooit naar het ministerie te zijn gestapt als hij of zij had geweten van de privérelatie.

Rijxman zegt daar nu over: “Natuurlijk snap ik de klokkenluider. Als iemand niet veilig is, dan is dat altijd vervelend. Maar ik zeg daarnaast; niet alles wat erover geschreven is klopt. Bijvoorbeeld dat er gesprekken zouden zijn geweest waarin ik geïnformeerd zou zijn, dat is niet zo. Of dat ik een liefdesrelatie had met de topambtenaar van OCW, dat was niet zo.”

Ze vervolgt: “Ik weet eigenlijk niks van de klokkenluider, want dat is mij niet verteld. Niemand van het ministerie, ook de hoogste ambtenaar niet, heeft er met mij over gepraat. Ik weet gewoon niet wat daar precies gebeurd is. Ik weet nog steeds niet waarom diegene bij het ministerie is geweest. Als we hadden geweten dat diegene zich onveilig zou hebben gevoeld, dan hadden we daar meer rekening mee moeten houden.”

Rijxman zegt dat zij volgens de formele regels bij de NPO zulke privérelaties niet hoefde te melden. Deskundigen twijfelen aan die lezing. “Als je dat wel doet, moet je eigen ieder contact melden. Ik heb het wel gemeld aan mijn voorzitters. Dat het voor de klokkenluider achteraf onveilig is, snap ik. Ik heb toen alleen naar beste geweten gehandeld.”

En: “Ik had zeker moeten vragen bij de organisaties binnen de NPO om te kijken of dit wel kon. Ik keek alleen naar de regels en in retroperspectief kan je zeggen, de tijd is natuurlijk veranderd, dat zou voor nu niet meer goed zijn.”

Vakantie met Dekker

De vakantie met Sander Dekker was in de ogen van Rijxman helemaal niet ongemakkelijk. “Hij was inmiddels demissionair. Alle wetgeving, alles wat er zakelijk te regelen viel, was een jaar daarvoor gebeurd. Als je terugkijkt in de geschiedenis hebben Sander en ik toen nogal tegenover elkaar gestaan. Het is Sander toen niet gelukt om amusement weg te halen bij de NPO. Dat heb ik bestreden, want het moest behouden blijven. “

Volgens Rijxman horen relaties nou eenmaal bij een functie als NPO-bestuurder en nu wethouder. “Ik heb veel relaties, dat heb je in die functie en mijn opvolger heeft die ook. Ik heb mijn relaties altijd ingezet ten faveure van de NPO. Ik heb relaties en dat zou ik in de stad niet anders doen. Er is in de krant heel veel gesuggereerd. Ik heb niks fout gedaan. Achteraf kun je zeggen: het was beter geweest om het te melden, waarvan akte.”

Uit een Woo-verzoek bleek dat Rijxman de berichtgeving als nepnieuws beoordeelde.. “Ik weet niet welke mail u heeft gelezen. Omdat heel veel van de veronderstelling niet klopten. Op een gegeven moment ging met name één journalist door en dan met name op wie ik was en wie ik zou zijn. Er was geen enkele vorm van belangenverstrengeling. Alles wat ik heb gedaan was voor de NPO. Daar zult u het mee moeten doen. Alles wat ik ga doen met de mensen die ik ken, zal voor de stad zijn.”

Ze besluit: “Ik heb ook contact met Ton (Ton F. van Dijk, de journalist die schreef over Rijxman, red.) gehad, ik ben even kwijt welke mail u bedoelt. Ik blijf herhalen; het is nepnieuws als het niet klopt. Je kunt je niet verdedigen tegen een storm aan aanvallen van met name de PVV, die een beeld neerzetten van dat ik een soort netwerk heb met D66. Dat is gewoon niet waar. Het is moeilijk om je daar tegen te verzetten. Ik zeg alleen: alles voor de NPO en alles voor Amsterdam.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *