In Amsterdams minst leefbare wijk De Punt knokken bewoners voor een betere buurt

Van alle 99 Amsterdamse wijken scoort De Punt in Nieuw-West het slechtst op leefbaarheid. Dit blijkt uit een een groot stadsbreed onderzoek onder Amsterdammers. Hoe komt dat? In gesprek met professionals over de oorzaken en met de Amsterdammers die hun wijk, elke dag weer, beter willen maken. “Het dorpsgevoel moet terug.”

Amsterdams minst populaire stukje stad oogt als een provinciale buitenwijk. Dorps, bijna. Want wie door De Punt loopt, ziet vooral naoorlogse rijtjeshuizen tussen plantsoenen, parkeerplaatsen en plukjes nieuwbouwblokken. Oké, de hoge flats aan de oostkant van de buurt ogen wat gedateerd, maar toch: is dit nou een probleemwijk?

Een groot leefbaarheidsonderzoek van de gemeente suggereert van wel. Wonen in Amsterdam (WiA) komt elke twee jaar uit en in de jongste editie verduidelijken kaartjes tot op buurtniveau waar het goed gaat en waar minder. Wat opvalt: De Punt, een wijk achterin Nieuw-West, is op veel kaartjes roodgekleurd. Op verschillende thema’s, variërend van veiligheid, burenoverlast en rotzooi op straat, bungelt de buurt onderaan de gemeentelijke lijstjes.

Dat is terug te zien in het algemene waarderingscijfer: 6,1. Dat is ver onder het Amsterdams gemiddelde (7,6) en het laagste cijfer van alle 99 buurten. Ook maken bewoners zich zorgen over welke kant het opgaat met De Punt. Op ‘ontwikkeling van de buurt’ scoort de wijk een 5,6. Weer is De Punt daarmee hekkensluiter – de gemiddelde score is een 7,2. Geen enkele andere Amsterdamse buurt scoort lager dan een 6.

Wat is er aan de hand in De Punt? Een greep uit de aandachtspunten laat zien waar de pijn zit. 

Veiligheid

Een stuk van de wijk waar de problemen goed zichtbaar zijn, is het Dijkgraafplein, vertrekpunt van tram 17 naar Centraal Station en het hart van de buurt. “Zo’n plein moet een centrumfunctie voor de buurt zijn”, vertelt sociaal geograaf Ivan Nio. De afgelopen jaren onderzocht hij de wijken van Amsterdam, onder meer voor de Hogeschool van Amsterdam (HvA). “Je wilt dat bewoners elkaar daar tegenkomen, vertrouwd met elkaar raken. Maar het Dijkgraafplein ligt er al jaren verloren bij.” Want de winkels die zorgen voor een goede sfeer – een bakker, een slager, een viszaak – zijn jaren geleden al vertrokken.

Marion runt al dertig jaar een bloemenstal op het Dijkgraafplein, en zag de buurt veranderen.

Wat ervoor in de plaats is gekomen? Wie rondkijkt op het plein ziet vooral restaurants die het hoofdzakelijk van de bezorging moeten hebben. ‘s Avonds trekken die wel wat bezoek – wat weer voor de nodige parkeerproblemen zorgt – maar overdag oogt het plein leeg. “Ik zou het plein graag opfleuren”, zegt de uitbaatster van Bloemen Kiosk Daisy, die al drie decennia op het plein zit. Daisy – die eigenlijk gewoon Marion Koopmann heet – zag de afgelopen jaren de ene na de andere ondernemer vertrekken. “De oudjes vinden het plein griezelig. Vooral ‘s avonds, als de horecazaken vol mannen zitten. Die doen vaak niets, maar het zorgt toch voor een onveilig gevoel.” Oudere bewoners zouden graag bankjes willen om elkaar overdag te treffen voor een praatje, maar probleem is dat dit ’s avonds weer hangjeugd aantrekt.

Eenzaamheid

Het gevoel van onveiligheid en het weinig aantrekkelijke Dijkgraafsplein staan een oplossing in de weg voor een ander groot probleem. In 2020 had 57 procent van de inwoners van De Punt last van eenzaamheid, berekende het RIVM in 2020. “Die eenzaamheid is ook echt merkbaar en voelbaar”, vertelt Serfanim Uysal, teamleider op het buurthuis. “We zien het ook toenemen. Dat speelt vooral onder ouderen.” Dat zijn vaak de mensen die naar De Punt trokken toen de eerste huizen in de buurt werden opgeleverd. Die kwamen in de jaren 60 uit de toen sterk verpauperde buurten in en rond de binnenstad, zoals de Jordaan. “Een grote groep van die ouderen zit thuis en die is heel moeilijk te verleiden om naar buiten te komen.”

De 86-jarige Lisa ziet in haar eigen omgeving wat ouderdom met een mens kan doen en zet zich in om haar buurtgenoten uit het isolement te trekken.

Complicerende factor: de coronapandemie heeft het sociale ritme op het buurthuis flink verstoord. Clubjes, discussieavonden, sport- en dansmiddagen konden tijdenlang niet doorgaan. En nu de deuren weer open zijn, merken Serfanim en haar collega’s dat een deel van de bezoekers niet meer is teruggekomen.

Saamhorigheid

Ervelin Monk, een oudere vrouw die vaak in het buurthuis te vinden is, ziet hoe lastig het is de clubjes weer op gang te krijgen. “Dat heb je ook niet van de ene op de andere dag opgelost.” Jammer, vindt ze. “Ik vind het buurthuis heel prettig, ze doen zoveel voor de buurt. En je komt in aanraking met andere culturen: we hebben Marokkanen, Surinamers, Turken, Hollanders, noem maar op.”

Terwijl juist op dat vlak nog veel te winnen valt. In het WiA-onderzoek scoort De Punt op zowel betrokkenheid van buurtbewoners als buurtcontact een 5,2. De omgang tussen groepen krijgt een 6,0 en op onderlinge behulpzaamheid noteren de onderzoekers een 5,5. Weer staat De Punt in de onderste regionen van de ranglijsten.

Op Burendag laten veel clubjes zich op het buurthuis van hun beste kant zien, ook Ervelin doet mee.

Na de eerste golf Jordanezen en andere Amsterdammers volgden vanaf de jaren 80 veel migranten uit niet-westerse landen. Rond die tijd gingen veel bewoners van het eerste uur juist weg uit Amsterdam: ze vertrokken naar door de landelijke overheid aangewezen woonkernen als Almere, Purmerend en Hoorn. Hierdoor had in 2018 iets meer dan de helft van de bevolking een niet-westerse migratieachtergrond, blijkt uit cijfers van de gemeente. In 2005 was dat nog iets meer dan een derde. In heel de stad lag het percentage voor beide jaartallen rond de 35 procent.

Dat is niet uniek voor De Punt: dezelfde ontwikkeling is in veel andere delen van de stad te zien. Waarom vallen de leefbaarheidscijfers van De Punt dan zo laag uit? “Misschien wel door het grote aandeel eengezinswoningen”, denkt HvA-onderzoeker Nio hardop. “Ze worden nu verkocht, sommige zelfs verkamerd en de diversiteit aan bewoners neemt ook hier sterk toe. En door de tuinen krijg je wat meer mee van je buren, meer dan het geval is in een appartementencomplex.” In De Punt krijg je op die manier meer mee hoe jij en je buren van elkaar verschillen.

Dorp in de stad

Bloemiste Marion Koopmann, geboren op het Bickerseiland in het Centrum, bleef in De Punt wonen. “Vroeger was De Punt net een dorp. Iedereen kende elkaar.” 

En in dat dorpsgevoel ligt volgens buurtwerker Serfanim de oplossing. “Dat dorpsgevoel moet terug”, zegt ze stellig. “En het kán. De wil onder de bewoners is er en de kennis en kunde om dat teweeg te brengen ook.” Aan het buurthuis de taak om de mensen de kans te geven om samen te komen en elkaar te ontmoeten. “Want als opa Bert komt voorlezen op het buurthuis, leert hij de jeugd kennen. Dat zorgt er jaren later weer voor dat diezelfde jochies zo’n man niet lastig vallen, als hij ’s avonds over straat gaat. Dat hangt allemaal met elkaar samen.”

De komende jaren wil het buurthuis bewoners de mogelijkheid geven elkaar te ontmoeten in het buurthuis. “Onder meer met een buurtlab, waar jongeren hun talenten kunnen ontwikkelen.” Het liefst zou Serfanim flink veel buurtwerkers aannemen. “We komen uit een onrustige periode, nu moeten we weer vooruit. We moeten nu gaan bouwen.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *