Excuses en geld van kabinet voor slavernijverleden: “Goed, maar het kan hier niet bij blijven”

Het kabinet kondigde afgelopen donderdag aan excuses aan te gaan bieden voor de slavernijgeschiedenis. Daarbij wordt ook 200 miljoen euro vrijgemaakt voor een bewustwordingsfonds én komt 27 miljoen euro vrij voor een museum over dit onderwerp. Linda Nooitmeer van NiNsee en Iwan Leeuwin, politicus en activist, hebben hun bedenkingen bij het plan.

“Het is een heel goed teken dat excuses worden aangeboden” begint Nooitmeer. Ze is voorzitter van NiNsee, het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en Erfenis. “Ik denk dat we de stilte voorbij zijn, het is voor iedereen duidelijk dat er een slavernijverleden is van zeker vierhonderd jaar.” Het belangrijkste, vertelt ze, is dat er aandacht wordt besteed aan hoe er is omgegaan met onze voorouders.

Ook Leeuwin, hij was donderdag met een flinke delegatie aanwezig in Den Haag toen het besluit werd gemaakt, is blij dat dit er eindelijk is. “Het maakt duidelijk dat er aandacht is voor de wrede dingen die er met onze voorouders zijn gedaan.”

“Maar”, zegt Leeuwin met een kritische noot. “Het mag hier niet bij blijven. Na excuses hoort reparatie. Er moet allereerst geld worden geïnvesteerd in de landen en gebieden waar het om gaat.” Maar ook vindt hij dat er geld moet worden geschonken aan de nazaten van de slachtoffers. “Duitsland betaalt nog altijd geld aan alle nazaten van de joden uit de Tweede Wereldoorlog. Dat verdienen wij ook. Iedereen moet daarin gelijk worden behandeld.”

De gemeente Amsterdam liet vorige week weten dat Amsterdammers die hun achternaam willen veranderen omdat de naam ze herinnert aan het slavernijverleden, de kosten kunnen terugvragen bij de gemeente. “De uitwerking van dit beleid door het Rijk heeft tijd nodig. Daarom kiest het college er nu tot die tijd voor om Amsterdammers die om deze reden hun naam willen veranderen hiervoor te compenseren.”

Financiële invulling

Hoe het bedrag door de overheid gaat worden ingezet is nog niet bekend, maar volgens Nooitmeer moet er een groot onderzoek komen naar de doorwerking van dit verleden vandaag de dag. “Door onderzoek komen mensen er meer over te weten, en daarna komt educatie. “Er zijn zo veel manieren waarop dit doorwerkt. Denk aan het onderwijs, de media en de banenmarkt”, voegt Leeuwin toe.

De 27 miljoen die voor het slavernijmuseum wordt uitgetrokken, daar is het NiNsee heel blij mee. Vanuit onder andere die organisatie wordt al tijden aan een slavernijmuseum in Amsterdam gewerkt. “Hoogstwaarschijnlijk is dit geld om in ons museum te investeren. We zijn bezig met locaties zoeken, en meer weet ik op dit moment niet”, zegt Nooitmeer. “Of zo’n bedrag genoeg is weet ik nog niet. Maar dat weet je aan het eind pas. Alle beetjes helpen.”

Door zo lang als het nodig is

Al met al vinden de twee dus dat we al heel ver zijn. “Drie jaar geleden hadden we niet gedacht hier nu te zijn. De opdracht om te blijven werken aan het indammen van de negatieve doorwerking blijft bestaan”, zegt Nooitmeer. Zo noemt ze het impliceren van het slavernijverleden in stadswandelingen. “Nu gebeurt dat op speciale dagen, maar dat zou altijd zo moeten zijn.”

Leeuwin heeft hele goede hoop. “We gaan door. Vanaf het moment dat onze voorouders op een dehumaniserende manier zijn overgebracht hebben ze gestreden. Wij gaan door met die strijd tot er gerechtigheid is.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *