Biografie en expositie over het ‘verstoorde leven’ van Etty Hillesum (1914-1943)

Wereldwijd werden er anderhalf miljoen exemplaren verkocht van haar dagboek, onlangs verscheen er een biografie over haar leven en nu is er in het Joods Museum ook een expositie te zien over Etty Hillesum, de Joods-Amsterdamse schrijver die uiteindelijk in 1943 in Auschwitz werd vermoord.

Een van de pronkstukken daar is het ‘groene bureautje’ van haar huisgenoot Bernard Meijlink waaraan zij in de eerste oorlogsjaren indringend verslag deed van haar leven en van het leven van Joodse Amsterdammers in een stad die steeds meer in de wurggreep van de nazi’s kwam. 

Hillesum, dan student rechten en Slavische talen aan de UvA, wilde niets liever dan schrijver worden, maar legde zich daarbij een immense druk op. Het dagboek dat zij vanaf 1941 gaat bijhouden werkte bevrijdend. “Het was haar modderschrift, ze kon veel vrijer gaan schrijven, het hoefde niet meteen perfect te zijn”, zegt schrijver Judith Koelemeijer die na zeven jaar spit- en schrijfwerk de biografie ‘Etty Hillesum, het verhaal van haar leven’ voltooide.

Maar het is ook de plek waar zij haar gedachten kon ordenen. Hillesum worstelde met gevoelens van depressiviteit en uitputting, en ook de mannen in haar leven zorgde voor de nodige hoofdbrekens. Haar groene bureautje aan de Gabriël Metsustraat keek uit over het Museumplein waar Heinrich Himmler in 1942 de politie inspecteerde die jacht zou gaan maken op Amsterdamse Joden.

Hillesum reageerde heel anders op dat dreigende gevaar dan bijvoorbeeld haar goede vriendin Leonie Snatager. Zij nam een andere identiteit aan, dook dus ‘bovengronds’ onder, en overleefde de oorlog. Later emigreerde Snatager naar Amerika en maakte carrière bij de Wereldbank in Washington. Ook zij hield aan het begin van de oorlog een dagboek bij dat te zien is op de tentoonstelling. 

Etty maakte een fundamenteel andere keuze. Zij wilde “het lot van haar volk delen” en besloot eerst als maatschappelijk werkster Joden die naar Westerbork werden gedeporteerd te begeleiden. Later verviel haar uitzonderingspositie en zat ook zij samen het haar familie vast in het kamp, totdat ze in september ’43 op transport werden gezet naar Auschwitz.

“Ik heb heel lang nagedacht, omdat ik die keuze ook niet goed begreep”, zegt Koelemeijer. “Ik dacht: waarom vlucht je niet? Je had zoveel mogelijkheden om onder te duiken. Maar dat was iets wat ze niet met zichzelf had kunnen verenigen.” 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *