A10 niet alleen voor auto’s: “De weg is een walhalla voor dieren om zich te verplaatsen”

Van alle plant- en diersoorten in Nederland leeft maar liefst 25% ook in Amsterdam. Dit zijn ruim 10.000 verschillende soorten. Planoloog Niek Bosch vertelt in aflevering 3 van Amsterdam Springt op Groen hoe mensen en dieren samenleven in de stad. En dat wegen en spoorlijnen ook handig zijn voor dieren. Daarnaast gaan we met stadsecoloog Fred Haaijen op zoek naar de eieren van een bijzondere stadsbewoner: de ringslang. 

Naast mensen wonen er ook veel wilde dieren in de stad zoals otters, vossen, herten en dus ook ringslangen. Door de hele stad heeft de gemeente broeihopen neergelegd voor de slangen. Stadsecoloog Fred Haaijen gaat samen met vrijwilligers in Noord opzoek naar het “witte goud”: de eieren van de ringslang. 

“Zo hé, wat een trossen!”, zegt Haaijen terwijl hij een kluit eieren de lucht in houdt. Het is volgens hem belangrijk dat het in Amsterdam goed gaat met de ringslang, omdat het een gidssoort is. Als er veel slangen voorkomen betekent dat de leefkwaliteit voor andere dieren ook goed is. “Als de ringslang er zit, dan zitten er amfibieën, rietvogels en ook libellen”, vertelt Haaijen. Om dit bij te houden worden bij de broeihopen alle uitgekomen eieren geteld. “Ik denk dat we nu al 300 eieren gevonden hebben!”

Volgens Niek Bosch, planoloog voor de gemeente, zijn groene verbindingen erg belangrijk voor dieren. De vos kwam bijvoorbeeld eerst alleen maar voor in de duinen, maar is nu vaker te zien in de stad. “En hij is zelfs hier in het Vondelpark gesignaleerd”, zegt Bosch enthousiast. Vaak wordt gedacht dat spoorlijnen en de A10 een enorme barriëre is voor dieren, maar dit klopt niet, omdat ze altijd op een groene dijk liggen. “Dat is eigenlijk het walhalla voor dieren om zich ook door de stad te verplaatsen”, vertelt ze. “Ik noem het altijd: de groene snelwegen van de stad.”

Het is volgens Bosch belangrijk dat het groen voor álle Amsterdammers is in de stad. Dus ook voor de dieren. Met vaak kleine maatregelen wordt al veel bereikt volgens Bosch. “Zet een paar bomen neer zodat er een goeie bomenrij staat. Daardoor kunnen de vleermuizen makkelijk van het ene park naar het andere park gaan”, geeft ze als voorbeeld.

Mens en dier kunnen goed samen leven zegt Bosch. “Zoals de halsbandparkiet, die zich echt niet stoort aan de drukte van mensen”. Toch wordt de natuur soms toch gescheiden van mensen. Een goed voorbeeld is een afgesloten deel in het Vondelpark. “Hier maken we heel bewust de keuze: natuur staat op nummer één.”

Nu zal je van al die 10.000 diersoorten niet zo snel een ringslang of een otter in de binnenstad zien, maar volgens van Haaijen misschien in de toekomst wel. “Dat kan op het moment dat de slagaders en haarvaten in de stad voor de natuur goed zijn”, vertelt hij.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *